Zoeken
  • Sandra Pos

De kerk in tijden van corona, een nieuw toevluchtsoord?

De coronacrisis heeft ons dagelijkse leven op zijn kop gezet. Alles wat vanzelfsprekend was, is dat niet meer. De beelden op het nieuws van de overvolle IC’s, de dagelijkse cijfers van de gerapporteerde doden, het doet ons meer dan anders beseffen dat we niet onsterfelijk zijn. De zorgen om onze naasten of misschien wel om onze eigen gezondheid zorgt voor onzekerheid. We blijken kwetsbaar.

Het is lang geleden dat we ons hier in Nederland bedreigd hebben gevoeld door zo’n alomtegenwoordig gevaar. Waar vindt de onzekere mens onderdak bij deze onzekerheid en angst?

Deze vragen hangen samen met het wezenlijk religieuze karakter van de mens. We zijn vragenstellers naar dat wat verder gaat dan ons blikveld. Maar we lijken niet meer te weten waar we de antwoorden moeten zoeken. Ik denk dat de kerk, staande in een lange traditie, nu meer dan ooit een schuilplaats kan bieden, ook al lijkt ze de laatste tientallen jaren steeds meer aan betekenis te hebben ingeboet.


Wat is religie eigenlijk en wanneer ben je religieus? Professor ter Borg deed hier onderzoek naar. Hij stelt dat de mens een religieus wezen is en dat dit gegeven losstaat van het feit of iemand wel of niet naar de kerk gaat. Met het voorstellingsvermogen dat de mens bezit is hij in staat om te transcenderen: verder te kijken dan wat zich in het hier en nu afspeelt, boven wat zijn zintuigen waarnemen uit. De mogelijkheid tot transcenderen zorgt voor het ontstaan van religie en ook voor de behoefte hieraan. Door de werkelijkheid te ontstijgen zijn mensen in staat om te zien dat ze nietig zijn en tegelijkertijd kan er een besef zijn van iets dat het voorstellingsvermogen te boven gaat. Dat geeft een onzeker gevoel. Vanuit dit gevoel gaat de mens op zoek naar een instantie die dit gevoel van vertwijfeling opheft. Een instantie kan een god zijn of een geest, maar het kunnen ook heilanden zijn of bezielde leiders. Het kan ook iets abstracts zijn zoals schoonheid. Onder andere de kerk biedt van oudsher woorden, rituelen en gebruiken die leiden tot een ‘ontmoeting’ met die God.


Tot de jaren 60 vervulde de kerk die functie zichtbaar. Nederland was sterk verzuild. Op levensbeschouwelijke of sociaal-economische vlak waren er vier zuilen: de rooms-katholieken, de protestanten, de liberalen en de socialisten. Ze hadden ieder een eigen school, krant, ziekenhuizen etc. Vanaf toen nam de welvaart sterk toe en steeds meer mensen kregen toegang tot goede scholing. De opkomst van televisie, de democratie en de emancipatie van vrouwen zorgde voor meer vrijheid. Mensen hadden elkaar steeds minder nodig en de kerk kreeg steeds minder invloed. De ontwikkeling waarbij mensen zich steeds meer op zichzelf richten, zich losmaken van traditionele verbanden en zelf bepalen hoe ze willen leven, wordt individualisme genoemd. In dezelfde tijd was sprake van een onttovering, of rationalisering van de maatschappij. Deze kenmerken behoren bij de zogenaamde moderne samenleving. Mede onder invloed daarvan zette zich een proces van ontkerkelijking in. De kerk heeft zo in de afgelopen decennia haar aanhang verloren, mensen schreven zich uit en bleven op zondagochtend liever thuis. Ze heeft sterk aan relevantie verloren.

Overigens wordt wel beweerd dat de moderne samenleving ook in een crisis is geraakt. Men gelooft niet meer in maakbaarheid en vooruitgang van het leven. ‘Wat rest is scepsis en ironie’. Dat is het paradoxale karakter van de moderniteit: beschouwd als een zingevingssysteem, leidt ze juist tot een situatie waarin steeds minder sprake is van zingeving.


Ondertussen is zichtbaar dat de kerk worstelt met haar sterk verminderde relevantie. Dat stelt haar voor een keus: houdt ze vast aan de traditie en identiteit, wat leidt tot een toenemende isolatie binnen de samenleving? Of past ze zich aan aan de normen en waarden van de zo sterk veranderde samenleving, zelfs wanneer die ten koste gaan van haar eigen godsdienstige normen en waarden? Of is er een manier waarop aan beide posities recht wordt gedaan? Hoe relevant te worden als transcendentie je core business is en de samenleving de transcendentie bij het vuil lijkt te hebben gezet?


Het is precies in deze dynamiek dat een virus een verandering ondergaat, infectieus wordt bij de mens en de wereld op zijn kop zet. Plots is alle maakbaarheid ver te zoeken. Niemand is meer zeker, het gaat iedereen aan. Of je nu zelf behoort tot de kwetsbaren om door covid-19 geraakt te worden, of één van je dierbaren. Plots klinkt in onze zo geïndividualiseerde maatschappij luid de roep om solidariteit, verantwoordelijkheidszin en omzien naar elkaar. We weten nog maar half waar we concreet aan toe zijn, onduidelijk is hoe lang deze situatie nog kan voortduren. De 1,5-meter-samenleving: het klinkt als een ongepaste grap, maar in deze surreële werkelijkheid is ze bloedserieus.

Na jaren van ingebeelde zekerheid en veiligheid worden we plots geconfronteerd met de kwetsbaarheid van ons bestaan. Hadden we de illusie dat we het leven meer en meer onder controle hadden, blijkt nu eens te meer hoe beperkt die controle is. Meest pijnlijke misschien: sociaal als we zijn, zijn we nu ook elkaars potentiële besmetter en dienen we op afstand van elkaar te blijven.

We blijken dus nietig, we zijn kwetsbaar, we zijn een speelbal in de handen van de meedogenloze en onpersoonlijke natuur. Het is alsof we de verbondenheid met het transcendente verloren hebben. Dit alles kan leiden tot een gevoel van wanhoop en vertwijfeling. Religieus als we zijn, zullen we, juist in deze situatie, niet stoppen met vragen. Integendeel. De behoefte aan vragen en zoeken zal groeien, omdat deze situatie onze onzekerheid over het bestaan oproept. Het wordt wel gezien als één van de verklaringen van het ontstaan van religie: religie biedt een instantie die een antwoord kan geven op deze zo moeilijk te verdragen situatie van vertwijfeling en besef van nietigheid. Maar de moderne samenleving, zoals we zagen, biedt daartoe geen handvatten. Laat staan dat ze manieren biedt waarop aan die handvatten expressie kan worden gegeven.

En daar opent zich een nieuwe mogelijkheid voor de kerk om weer relevant te worden. De kerk biedt namelijk beide. Lijden heeft binnen de kerkelijke geschiedenis altijd een prominente plaats ingenomen en krijgt daarbinnen betekenis en duiding mee. En de kerk biedt de mogelijkheden om aan die transcendente behoefte expressie te geven, in de vorm van woorden met een ‘bovenaardse’ betekenis, en in de vorm van rituelen en gebruiken. Mocht de kerk de afgelopen jaren getwijfeld hebben aan haar relevantie, door deze crisis zou ze juist sterk daaraan kunnen winnen. Ik meen dat dit al zichtbaar is. Er ontstaan nieuwe vormen, ondanks de social distancing, van kerkzijn en van ‘samen’ te komen. Het blijkt zelfs dat er vele malen meer betrokkenheid is bij een online viering of dienst dan dat er normaal gesproken mensen naar een kerk gaan op zondag. Wie had kunnen denken dat mensen achter hun beeldscherm gezeten het avondmaal zouden vieren? Vanavond (witte donderdag 9 april 2020) werd dit werkelijkheid. Kerkzijn is samenzijn. En juist in deze periode van social distancing voldoet ze daarmee aan een sterk gevoeld gemis.


De transcendente werkelijkheid die eigen is aan het menszijn maakt hem een vragende mens. In een kwetsbaar bestaan, zoekt hij naar houvast. Religie biedt van oudsher een dergelijk houvast. Echter, ontwikkelingen in de laatste 10-tallen jaren in Nederland hebben gezorgd voor een, tijdelijk, stillen van de onrust die de mens eigen is. De kerk is haar zo lang vanzelfsprekende relevantie uit het oog geraakt. Een nieuw geloof, deel uitmakend van de moderne maatschappij, bood, hoe beperkt misschien ook, houvast: het geloof in eigen kunnen, in maakbaarheid en in vooruitgang.

In de huidige (Corona)crisis, wordt met dat geloof korte metten gemaakt. De vragen die door de mens altijd gesteld zijn, staan ons in deze tijd weer helder voor de geest. De kerk, door haar lange traditie, haar rituelen, woorden en gebruiken, zou daarin weer aan relevantie kunnen winnen. Daarvoor zal ze bereid moeten zijn om tegemoet te komen aan een nieuwe manieren van kerkzijn passend bij de huidige tijd en bij de nu, hopelijk tijdelijke, werkelijkheid: de 1,5-meter-samenleving.

64 keer bekeken