Zoeken
  • Sandra Pos

Het ultieme kerstcadeau


Overweging bij Lucas 10: 25-37



Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?' Jezus antwoordde: 'Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?' De wetgeleerde antwoordde: 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.' 'U hebt juist geantwoord,' zei Jezus hem. 'Doe dat en u zult leven.' Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: 'Wie is mijn naaste?' Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’


Maart 2020


Het is een week voor de lockdown in maart als ik met mijn studievriendin de trappen opren van het Museum Catharijneconvent. Ik wil haar een schilderij laten zien van een fragment

uit het Bijbelboek Tobit. Hijgend, omdat we moeten opschieten voor het volgende college,staan we voor het schilderij. Ik vraag haar of ze het ziet. Ze knikt. Het is de blik van de engel Rafael. Een betrokken, zorgzame, liefdevolle blik. We laten het schilderij even op ons inwerken. Bij de kassa koop ik snel de ansichtkaart ervan en net op tijd schuiven we weer aan in de banken. Het zou de laatste keer zijn dat we elkaar zouden treffen dat studiejaar; het museum sloot voor een langere tijd de deuren.




Die ansichtkaart is me een steun geweest in de onzekere tijd van maart en april. Ik zag in die ogen de blik van God: betrokken, liefdevol en altijd op ons gericht. Ik voelde me er rustig door. Ik moest aan dit alles denken toen ik de parabel las van de barmhartige Samaritaan.


Barmhartigheid


Barmhartigheid, het is een beetje een ouderwets woord, een bijbels woord ook. We vinden het woord voor de allereerste keer in Exodus, wanneer God Mozes ontmoet op de berg. Luister maar:


‘Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en

genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft.’


Daaruit blijkt wie hij is. Hij IS barmhartig. En van diezelfde barmhartigheid en goedheid

zingen Maria en Zacheus aan het begin van het Lucasevangelie. En ik denk dan: zou Hij het gehoord hebben? Het kleine babytje in de buik bij Maria, die later … Ja, van Jezus’ barmhartigheid kunnen we meer dan eens lezen in dit evangelie. Op meerdere plaatsen lezen we dat Jezus van binnen geraakt was door het leed van mensen en ze van hun ziekte of kwaal genas. In de Veldrede roept hij mensen op om barmhartig te zijn. Hij zegt: ‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.’ Als we kijken naar het verhaal van de barmhartige Samaritaan, naar de drie mannen die voorbijkomen en de gewonde man zien, dan valt op dat de eerste twee, de priester en de Leviet, met een boog om de gewonde man heenlopen, maar dat de derde, de Samaritaan, medelijden krijgt. In de vertaling van de Naardense Bijbel staat: dat hij ontroerd raakt. Hij wordt als het ware van binnen bewogen, aangeraakt in zijn hart. Het doet hem iets. Bij de andere twee mannen gebeurde dit niet. Ze zagen de man wel, maar lieten zich niet raken. Ze gaan aan hem voorbij. Als wij barmhartig zouden moeten zijn zoals de Vader, dan krijgen we nu het voorbeeld te zien. Niet van een Leviet of een priester van wie we misschien denken dat ze wel zouden helpen, maar van een Samaritaan. Een voorbeeld waaraan de wetgeleerde die met Jezus in gesprek was, niet direct aan gedacht zou hebben. De Joden en de Samaritanen stonden niet echt met elkaar op goede voet. Moet je je voorstellen dat je iemand aan wie je een hekel hebt, tot voorbeeld moet stellen. Dat is best lastig.


We zouden het hierbij kunnen laten. Het is een mooi verhaal, het roept ons op om mensen die lijden onder welke omstandigheden dan ook, te helpen. Maar laten we er eens heel praktisch naar kijken. We nemen de Samaritaan als voorbeeld. Wat doet hij nu precies?

Hij ziet de man en zijn aanblik raakt hem in het hart. Op dit punt gebeurt iets bijzonders. Het raakt, het doet een beetje pijn om hem zo te zien en vanuit dit gevoel gaat hij handelen. Hij verzorgt de man en brengt hem naar een herberg. Daar zorgt hij ervoor dat de man verder geholpen wordt, daar betaalt hij ook voor.


In de praktijk


Het begint dus bij die geraaktheid. En ik weet niet hoe het met jou is, maar die kan ik beter toelaten wanneer ik iets zie in mijn omgeving, omdat ik dan iets kan doen. Het nieuws of de ochtendkrant kan me soms zo verlammen: ik kan niets! Hooguit wat geld overmaken. En het gaat er dus om dat ik iets met die geraaktheid kan. Dat lukt mij het beste met mensen die ik dagelijks tegenkom. Ik spreek dan ook liever van mededogen hebben dan van medelijden hebben met iemand. Het laatste woord is een beetje een gevaarlijk woord. We zouden iemand zielig kunnen vinden en hiermee plaatsen we ons automatisch boven de ander in nood. Ik zou me ook opgelucht kunnen voelen dat het noodlot mij niet treft: je zou maar zo zijn als de ander. Nee, mededogen betekent zoiets als mee verduren of mee lijden. Ik sta naast de ander en ik weet hoe het voelt om de ander te zijn. We zijn samen mens. Dat vraagt van mij dat ik ook mijn eigen lijden in de ogen wil kijken, dat ik vertrouwd ben met het feit dat het leven bij tijden lastig is. Dat ik daar niet van weg wil lopen. En zo zou ieder mens op je pad die het lastig heeft, een mogelijkheid kunnen zijn om mededogen te ontwikkelen. We zijn dan in staat om barmhartig te zijn, zoals de Vader barmhartig is. Van binnen ontwikkelen we een goddelijke kwaliteit die aan de Vader gelijk is. We scheppen als het ware ruimte voor God zodat de Eeuwige het werk kan doen in ons.


Ik moet aan Etty Hillesum denken. Door haar dagboeken weten we hoe zij oefende om die ruimte te maken. Zij bewaarde in zichzelf een plek voor God. Zij schrijft in juli 1942: ,,Ja mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording; jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen’’. Je ziet aan dit dagboekfragment dat je er moeite voor moet doen om die plek voor God te bewaren en het lijkt een bewust keuze te zijn die zij hier maakt.


Het ultieme kerstcadeau


Als we even teruggaan naar het schilderij dat mij troost bood in april, dan zien we de engel Rafael, een helper van God. Onze barmhartige en liefdevolle God met Zijn liefdevolle en barmhartige Zoon die ons oproept zo te zijn als de Vader en ons het voorbeeld geeft van de Samaritaan. Het is december, misschien denk je ook al aan de cadeautjes die je wilt geven? ‘Wat nu weer dit jaar?’ Dan zou het kunnen dat je, net als ik, vaak al die jaren te ver gezocht hebt voor de mooiste cadeaus. Dat we het meest exclusieve geschenk al die tijd hebben laten liggen, gewoon omdat we het niet zagen, omdat we het niet voelden. Jezus roept ons op te zijn als de Samaritaan. Doe evenzo, zegt hij. Laten we dat doen. Laten we onze wereld die soms zo koud en afstandelijk voelt, verwarmen met Gods barmhartigheid. Laten wij die helper zijn en onze ogen en harten open houden, en het licht zijn in deze donkere dagen voor iedereen die op ons pad komt en het nodig heeft.

Amen.

"

140 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven